Wie is het Woord in Johannes 1? (Juli)

Wie is het Woord in Johannes 1? (Juli)

10 ago
|
Stichting bij het VUUR
|
Juli

10 ago

Stichting bij het VUUR

Juli

Dit artikel maakt deel uit van onze serie over “God leren kennen“.

Wie is het Woord in Johannes 1?

In het kort

Met “het Woord” (Grieks: Logos) bedoelt Johannes Jezus — nog voordat die naam in zijn evangelie valt. Het Woord is niet een boodschap die God ooit heeft verstuurd, maar iemand die er al was voordat er iets bestond om een boodschap aan te geven. Johannes 1:1 zegt het zo: “In het begin was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.” Het Woord is dus God zelf, in relatie, eeuwig aanwezig, en wordt in vers 14 mens: Jezus van Nazareth.

Een naam die om aandacht vraagt

Stel je voor: je komt binnen bij een familiefeest dat al twee uur bezig is. Er wordt gelachen om iets dat kennelijk eerder die middag is gebeurd. Iemand noemt een naam die iedereen kent, behalve jij. Je merkt algauw dat je niet zomaar te laat bent — je mist een geschiedenis. Een hele laag van het gesprek is al gevormd voordat jij de kamer binnenstapte.

Zoiets overkomt je als je voor het eerst Johannes 1 leest.

Er wordt over iemand gesproken nog voordat die persoon een naam krijgt. Geen geboorteverhaal, geen stamboom, geen jaartal. Johannes begint zijn evangelie met een figuur die hij eenvoudigweg “het Woord” noemt — en pas veertien verzen verderop wordt duidelijk dat hij het over Jezus heeft. Waarom die omweg? Waarom niet gewoon met de naam beginnen?

Ik denk dat het geen omweg is. Ik denk dat het de kern is.

Waarom noemt Johannes Hem “het Woord”?

Het Griekse woord dat hier gebruikt wordt is logos. In de Griekse filosofie van die tijd was dat een geladen term: het stond voor de rede, de ordenende kracht achter de kosmos, iets abstracts en onpersoonlijks. Sommige uitleggers stoppen daar, en concluderen dat Johannes zijn Joodse boodschap in Griekse filosofische taal verpakt om zijn Griekstalige lezers tegemoet te komen.

Dat is mogelijk een deel van het verhaal. Maar wanneer ik dieper in de Joodse achtergrond van Johannes duik, vind ik een spoor dat volgens mij dichter bij zijn bedoeling ligt.

In de Aramese Targoems — de mondelinge en later schriftelijke vertalingen en parafrases van de Hebreeuwse Bijbel die in de synagoge werden gebruikt — komt een opvallend begrip steeds terug: de Memra, letterlijk “het Woord van de HEERE.” Waar de Hebreeuwse tekst zegt dat God iets doet — spreekt, schept, redt, oordeelt — parafraseert de Targoem dat vaak als: “de Memra van de HEERE deed dit.” Het Woord van God wordt daar bijna een handelende, persoonlijke aanwezigheid: Gods eigen instrument van schepping, openbaring en redding, zonder dat het een tweede god wordt naast Hem.

Als je die achtergrond meeneemt, verandert er iets. Johannes gebruikt dan geen vreemde filosofische term om zijn boodschap voor buitenstaanders te verpakken. Hij grijpt terug naar iets wat zijn Joodse lezers al kenden uit de synagoge: het Woord van God als Gods eigen actieve aanwezigheid. En dan zegt hij iets wat in de synagoge nog nooit zo hardop was gezegd: dat Woord is niet alleen een instrument. Dat Woord is een Persoon. En die Persoon is God zelf.

“Het Woord was bij God, en het Woord was God”

Vers 1 bevat drie beweringen, kort na elkaar, en elke bewering bouwt op de vorige voort.

“In het begin was het Woord.” Niet: in het begin kwam het Woord, of ontstond het Woord. Het was er al. Geen beginpunt wordt genoemd voor het Woord zelf — alleen voor de rest van de werkelijkheid.





“En het Woord was bij God.” Hier zit onderscheid. Het Woord is niet zomaar een ander woord voor God zelf; er is een ‘bij.’ Een relatie. Iemand tegenover Iemand.

“En het Woord was God.” En hier verdwijnt het onderscheid weer, op het niveau van wezen. Niet: het Woord was goddelijk, in de zin van ‘een beetje god’ of ‘godachtig.’ Het Griekse zinsdeel plaatst hier zoveel nadruk op wat het Woord is, dat vertalers al eeuwenlang worstelen om dat in het Nederlands recht te doen: het Woord deelt volledig het wezen van God, en is tegelijk te onderscheiden van ‘God’ in de eerdere zin van de zin.

Dat is geen tegenstrijdigheid die Johannes over het hoofd ziet. Het is een spanning die hij bewust laat staan, aan het begin van zijn evangelie, alsof hij wil zeggen: dit gaat je begrip te boven, en dat is precies het punt. Je gaat hier niet een sluitend filosofisch schema krijgen. Je gaat een Persoon leren kennen.

Diezelfde spanning — nabijheid én eenheid, onderscheid én gelijkheid — is precies wat de kerk later probeerde te vangen in het woord “Drie-eenheid.” Johannes gebruikt dat woord niet. Maar het materiaal ervoor ligt hier al klaar, in de eerste zin van zijn evangelie.

Een veelgestelde vraag: kan het ook “een god” betekenen?

Omdat de derde bewering — “het Woord was God” — zoveel gewicht draagt, is de precieze grammatica ervan door de eeuwen heen onderwerp van discussie geweest. In het Grieks staat er geen lidwoord voor “God” in dat laatste zinsdeel, terwijl er wel een lidwoord staat bij “het Woord was bij de God.” Sommige vertalingen — met name de Nieuwe-Wereldvertaling van Jehova’s Getuigen — vertalen dat verschil daarom als “het Woord was een god,” met een kleine letter.

Ik wil dat verschil niet wegmoffelen, want het is een reële grammaticaal gegeven, en het verdient een eerlijk antwoord in plaats van een karikatuur van wie er anders over denken.

Het probleem met “een god” is dat het Grieks van die tijd zonder lidwoord voor een naamwoordelijk deel vóór het werkwoord (zoals hier) juist vaak een kwalificerende functie heeft, niet een aanduidende. Grammatici noemen dit patroon al decennia de regel van Colwell: een naamwoordelijk deel zonder lidwoord dat vóór het werkwoord staat, beschrijft doorgaans de aard van het onderwerp, niet zijn plek in een categorie. De zin zegt dus niet “het Woord was één god te midden van meerdere,” maar “het Woord had de aard van God” — vandaar de gangbare vertaling “het Woord was God.” Het lidwoord ontbreekt niet om het Woord te degraderen tot een mindere god, maar omdat de zin over wezen gaat, niet over identificatie.

Dat is ook precies waarom bijna alle gangbare vertalingen — de HSV incluis — hier “God” zonder lidwoord-nuance vertalen, en niet “een god.”

Ouder dan het begin

Er is nog iets dat opvalt als je vers 1 naast Genesis 1:1 legt.

“In het begin schiep God de hemel en de aarde,” zegt Genesis. Er is een moment waarop God begint te handelen, te spreken: “En God zei: er zij licht.”





Johannes opent met dezelfde drie woorden — “in het begin” — maar plaatst het Woord daar al, vóór dat eerste scheppingswoord klinkt. Niet als toeschouwer die net op tijd binnenkwam om de schepping te zien gebeuren. Als iemand die er al was, voordat er een “begin” was om iets in te plaatsen.

Dat is een claim die je niet kunt afzwakken tot “Jezus bestond al heel lang” of “Jezus was er al voordat Hij naar de aarde kwam.” Het is een claim over eeuwigheid: het Woord heeft geen beginpunt. Vers 3 maakt dat expliciet — “alle dingen zijn door het Woord gemaakt, en zonder dit is geen ding gemaakt dat gemaakt is.” Het Woord staat niet ergens middenin de tijdlijn van wat gemaakt is. Het Woord staat aan de andere kant van die grens: niet gemaakt, maar makend.

Het Woord wordt zichtbaar

Als Johannes 1 alleen bij die verheven, eeuwige beschrijving was blijven hangen, zou het een prachtige maar afstandelijke tekst zijn geweest — filosofie over een onbereikbare God.

Maar dat is niet waar het hoofdstuk eindigt.

“En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond” (Johannes 1:14, HSV). Diezelfde figuur die er was vóór het licht, vóór de tijd, vóór alles — komt wonen. Niet als bezoeker. Als Iemand die zijn intrek neemt, middenin een mensenleven.

En het hoofdstuk sluit af met een zin die alles samenvat wat er in vers 1 al lag opgesloten: “Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon… Die heeft Hem ons verklaard” (Johannes 1:18, HSV). Het Woord dat bij God was en God was, is nu de Enige die God werkelijk laat zien. Niet gedeeltelijk, zoals in een visioen of een droom. Volledig zichtbaar, in een mens tussen mensen.

Waarom dit ertoe doet

Misschien lijkt dit alles nogal theoretisch: wezenskwesties, Griekse grammatica, Aramese vertaaltradities. Maar de vraag “wie is het Woord?” is uiteindelijk niet academisch. Het is de vraag die bepaalt hoe je naar Jezus kijkt wanneer je Hem verderop in dit evangelie ziet lopen, eten, huilen, genezen en sterven.

Als het Woord alleen maar een bijzonder mens was, met een unieke band met God, dan is Johannes 1 een overdreven inleiding op een goed mens. Maar als het Woord werkelijk is wie vers 1 zegt dat Hij is — eeuwig, bij God, God zelf — dan verandert dat wat er op het spel staat in de rest van het verhaal. Dan is het niet alleen een goed mens die naar je toe komt. Dan is het God zelf die zijn tent opslaat in jouw straat, nog voordat jij ook maar wist dat je Hem zocht.

Dat is niet een detail dat je terzijde kunt schuiven om verder te lezen. Het is het fundament waarop de rest van het evangelie van Johannes rust.

Tot slot

Johannes had zijn evangelie kunnen beginnen zoals de anderen: met een geboorte, een stamboom, een moment in de geschiedenis. In plaats daarvan begint hij met een naam die vragen oproept — het Woord — en laat hij die vraag drie verzen lang openstaan voordat hij zijn antwoord geeft.

Het Woord is niet een boodschap die God ooit heeft gestuurd. Het Woord is God zelf, die er altijd al was, die de wereld maakte in plaats van erdoor gemaakt te worden, en die uiteindelijk zelf mens werd om gezien te kunnen worden. Die identiteit is niet het eerste hoofdstuk van een lang verhaal dat je daarna kunt afsluiten. Het is de sleutel waarmee je de rest van het evangelie van Johannes leest — hoofdstuk voor hoofdstuk, teken voor teken, tot aan het kruis en het lege graf.

📌 Wie is het Woord in Johannes 1? (Juli)
🏢 Stichting bij het VUUR
📍 Juli

Postulate a este anuncio

Muestra tus habilidades a la empresa, rellenar el formulario y deja un toque personal en la carta, ayudará el reclutador en la elección del candidato.

Suscribete a esta alerta:

Recibe por email las nuevas ofertas de trabajo para: wie is het woord in johannes 1? (juli) / juli

Suscribete a esta alerta:

Recibe por email las nuevas ofertas de trabajo para: wie is het woord in johannes 1? (juli) / juli